De volgende dag leert Albanië ons nog een andere les: niet alles hoeft ingewikkeld te zijn.
Na uren fietsen onder dreigende onweerswolken, maar door een spectaculair berglandschap met haarspeldbochten, machtige uitzichten en steile rotswanden, begeeft Stefans fietsketting het.
Uiteraard als de regen met bakken uit de lucht komt vallen, en uiteraard onderaan een klim van 4 kilometer met een stijgingspercentage van 6 procent. Mijn reiscompagnon besluit er een intervaltraining van te maken en legt de klim afwisselend lopend en rennend af, met fiets in de hand.
Doorweekt en onderkoeld bereiken we uiteindelijk onze slaapplek voor die nacht. Eigenaar Valon ziet ons en haast zich naar de keuken. Binnen enkele minuten staat er dampende soep, een salade van vers fruit en groente én knapperig brood voor onze neus en liggen de handdoeken klaar. Hij rent vervolgens naar boven om onze kamer alvast op te warmen tot standje Sahara. “Nice and warm!”, voegt hij er voor de duidelijkheid aan toe.
Even later verschijnt Valons beste vriend. “Kijk, de man met de hamer”, fluister ik in Stefans richting. Het gereedschap in zijn hand ziet eruit als een erfstuk dat al 12 generaties lang in de familie is en al heel wat discutabele klusjes heeft geklaard. Normaal gesproken geen veelbelovend begin van een fietsreparatie.
Toch kijken Stefan en ik tien minuten later naar een perfect werkende ketting. De man zegt het niet, maar we kunnen het van zijn gezicht scheppen: “Zo doen wij dat hier, makkers.”
Hij kijkt nog even meewarig naar het fietsreparatiesetje dat we hebben meegekregen en stort zich weer op de klus waar hij mee bezig was: reparatie van de bedrijfsauto. Met zijn hamer.