fietsen ostseeradweg

Fietsen langs de Duitse Oostzeekust Tussen kuuroorden en kraanvogels

In het noorden van Duitsland kronkelt de Ostseeradweg: een ganz gemütliche kustroute die de natuurlijke en culturele hoogtepunten als een schelpenketting aan elkaar rijgt. Vlak, autoluw en zeer afwisselend; ideaal voor een fietsvakantie met het hele gezin.

Veel Duitsers zijn dol op de Nederlandse kust. Alle kuilgraafclichés daargelaten, brengen de oosterburen elke zomer een kleine volksverhuizing op gang richting onze stranden. “Sinds kort snap ik eigenlijk niet meer zo goed waarom ze allemaal naar Nederland komen”, lacht Marleen Raats. “De Duitse kustlijn vind ik immers veel mooier.”

Marleen kan het weten. Deze zomer fietste ze met man en kinderen als een van de eersten de fonkelnieuwe 5-daagse SNP Family Special over een deel van de Ostseeradweg. Deze geliefde langeafstandsroute – ook wel de Ostseeküstenradweg genoemd – slingert vanaf de Deens-Duitse grens in 1100 kilometer langs de kust richting het oosten; onderweg krijtkliffen, brokkelbaaitjes, grasduinen, havenstadjes en Hanzesteden in rap tempo aan elkaar zomend. Hoofdmoot van deze reis wordt gevormd door de etappes over Fischland-Darß: ooit een tweetal eilanden, maar sinds een 19e-eeuwse stormvloed – en de helpende hand van wat Duitse dijkenbouwers – inmiddels als een langgerekt schiereiland vastgeklonken aan de noordkust van Duitsland. Wie van west naar oost fietst heeft aan zijn linkerhand vrijwel immer uitzicht op zee. Maar ook rechts is het water zelden lang uit beeld, legt Marleen uit. “De Duitsers noemen dit ondiepe, brakke water tussen het vasteland en het schiereiland de ‘bodden’. Omdat het schiereiland op veel plekken nogal aan de smalle kant is, kun je soms in één blik aan weerszijden het water zien liggen. Heel bijzonder.”

Vogels voelen zich maar wat thuis in dat kletsnatte decor. Elk najaar (in september en oktober) komen zo’n 60.000 migrerende kraanvogels op krachten tussen de ondiepe lagunes en ziltige zandplaten van Fischland-Darß. Tussen half maart en half april zijn de statige steltenlopers wederom van de partij. In een poging om de dames te verleiden brengen de mannetjes zelfs gratis hun danskusten ten tonele; springend, draaiend en tetterend als aangeschoten bruiloftsgasten.

Frisse plons

Wie bij een fietsvakantie met het hele gezin doembeelden krijgt van venijnige klimmetjes, overbeladen bagagedragers en mokkende kinderen, kan op de Oostseeradgweg opgelucht adem halen. De weg is zo plat als een wienerschnitzel, maar met langs de route genoeg afwisseling in het landschap om geen tel eentonig te worden. De grotendeels onverharde landwegen, karresporen en achterafpaadjes die liggen uitgerold tussen het blauw van bodden en zee zijn bovendien nagenoeg autovrij. “En de wind komt tussen mei en oktober bijna altijd vanuit het westen”, vult Marleen aan. Omdat je van west naar oost fiets heb je dus vaak een lekker duwtje in de rug.”

Ook haar eigen kinderen – van negen en elf jaar jong – fietsten zodoende met een grote glimlach door het Duitse landschap. “We legden elke dag zo’n 30 a 40 kilometer op de fiets af. Een prima afstand; je bent nog steeds heerlijk actief bezig, maar hoeft je tegelijkertijd niet druk te maken of je wel voor donker weer bij je slaapplaats zal zijn.” Ook omdat de reis is uitgestippeld vanuit slechts twee hotels en het tussenliggende bagagevervoer bovendien uit handen is genomen. Waardoor de kinderen niet dagelijks weer alle bepakking bijeen hoeven te harken of met al te veel kilo’s op hun moderne mountainbikes moeten stappen. Voor gezinnen met jonger grut staan er overigens ook uitstekende kinderzitjes en aanhangfietsen paraat.

De billen beginnen toch wat klam te worden, zo op het zadel? Geen punt. Elk moment kun je in de remmen knijpen om een frisse plons te nemen in de Oostzee, herinnert Marleen zich. “De stranden zijn smaller dan bij ons, maar lopen heel geleidelijk af in zee. Het water is helder, het zand is wit, de duinranden groen en in badplaatsjes als Wustrow, Prerow en Zingst kun je overal rieten strandstoelen huren; met zo’n rood-wit gestreepte kap uit grootmoeders tijd erop.”

Gotische gevelpunten

Aan historische pracht en praal is er sowieso geen gebrek langs de Oostzee. Naast de overduidelijke natuurlijke schoonheid, wordt de Duitse Oostzeekust ook bejubeld om haar Bäderarchitektur; een aaneenschakeling van statige kuuroorden die na de Duitse hereniging weer in volle glorie is hersteld. “Bij oostelijk Duitsland had ik voor vertrek toch een beetje grauwe DDR-plaatjes in mijn hoofd”, geeft Marleen toe. “Maar overal stuit je op voormalige vissersdorpjes die begin vorige eeuw in prachtige badplaatsen zijn veranderd. Het kost weinig moeite om je in te beelden hoe de elite er ooit lag te bubbelen in de verwarmde zwembaden of hoe de keizerlijke koetsen vroegers door de jachtdomeinen trokken. Met dat verleden heeft de streek echt goud in handen.”

Roemrucht is ook Stralsund, een van de eerste steden in de regio die zich ooit aansloot bij het Hanzeverbond. Tijdens zijn gloriedagen werd de stad overspoeld met haring, hout, hop en andere handelswaar; zo uitgroeiend tot een van de belangrijkste steden langs de Oostzee. Tekenend voor deze bloeiperiode is ondermeer het 13-eeuwse stadhuis met zijn kartelmes aan gotische gevelpunten. Het is slechts een van de 800 monumenten, veelal in dezelfde kenmerkende stijl van de baksteengotiek, waarmee Stralsund een plek op de Unesco Werelderfgoedlijst verdiende. Maar ook het plaatselijke aquarium werd met zijn natuurgetrouwe golfslagbad, gezonken scheepswrak en guitige pinguïnparade niet voor niets al eens verkozen tot Europees museum van het jaar. Stralsund is bovendien de toegangspoort tot Rügen; het grootste Duitse eiland in de Oostzee en met een hoge (fiets)brug verbonden aan de Hanzestad.

Weer een plons in het water. Weer een gebakken visje eten bij een van de dobberende snackbars. Weer je vergapen aan visarenden, rietgedekte huisjes of jachtsloten. “Het is allemaal zo ongelofelijk gemoedelijk”, besluit Marleen. “Je komt heus nog wel andere fietsers tegen, maar de grote hotelketens of tourbustaferelen blijven echt achterwege.” Ook de Duitsers weten die rust steeds beter te waarderen. Er wordt gefluisterd dat meer en meer oosterburen onze Hollandse stranden vaarwel zwaaien en in eigen land de kust opzoeken. Geef ze eens ongelijk.

Door: Matthijs Meeuwsen