Dag 7: Note to self: géén Full English!
Van Bury St. Edmunds naar Harwich, 87 kilometer
"Are you sure?" De eigenaar van het hotel kijkt me vertwijfeld aan wanneer ik kies voor de specialiteit van het huis (en alle andere huizen in Engeland): het Full English Breakfast. Gisteravond vertelde ik hem over mijn route van vandaag, de laatste van de trip: een pittige 80 kilometer door het glooiende landschap van Suffolk en Essex. De hartelijke man is zelf ook een fanatiek fietser en zijn bezorgde blik zegt genoeg. Ja ja, denk ik, het zal toch wel meevallen?
Niet dus. Waar het uitrijden van Ely gisteren nog een cadeautje was, schakel ik hier direct terug naar mijn lichtste (klim)verzetje. Mijn maag, nog zwaar van worst en bonen, protesteert hevig. Binnen de kortste keren lijkt het ontbijt zich weer een weg omhoog te willen vechten. Ternauwernood houd ik de inhoud binnen, maar ik heb mijn lesje geleerd. Note to self: géén full English meer vóór een zware rit.
M’n benen voelen naar omstandigheden goed, maar de energie is ver te zoeken. De lucht is grauw, een miezerige regen prikt in m’n gezicht. Het kost me moeite om een lekker ritme te vinden, maar als de spieren warm zijn en de zon zich een weg door het wolkendek vecht, keert de schwung terug en waan ik me weer de Tadej Pogacar onder de tourfietsers.
Ik rijd door stille holle wegen, langs magnifieke oude landhuizen verscholen achter heggen, schapen die vredig grazen op glooiende hellingen. Tussen de takken en kleurrijke bermbegroeiing door vang ik steeds een glimp op van knalgele bloemenvelden en karakteristieke Tudor-huizen. Iedereen die reist, maakt zich vooraf een voorstelling van hoe het zal zijn. En nu, op dit moment, rijd ik precies door het Engeland zoals ik het voor ogen had toen ik een week geleden op de boot stapte.
Ik stop in Lavenham, met zijn eeuwenoude Market Place, de Guildhall, het Crooked House en het De Vere House (bekend als Godric’s Hollow uit de laatste Harry Potter-films). Het is alsof ik een schilderij ben binnengereden. Ik maak foto’s van gevels met scheve ramen en afbladderende kozijnen en vraag me af: woont hier eigenlijk nog iemand? Die vraag beantwoordt zichzelf als ik achter een dichtgetimmerd raam nog net een zwak lampje zie branden.
De heuvels blijven komen en sommige klimmetjes zijn zó steil, dat ik het gevoel heb dat ik ieder moment met bagage en al achterover ga slaan en terugglijd naar waar ik vandaan kom. Wonderbaarlijk genoeg blijf ik rechtop. Langzaam laat ik de pittige maar fraaie heuvels achter me en koers richting het Stour-estuarium, waar de River Stour en de Noordzee elkaar omhelzen. De zilte lucht prikkelt mijn neus, het eerste teken dat de kust niet ver meer is.
Maar ik ben er nog niet. De wind duwt me terug, mijn benen protesteren weer. Harwich lijkt verder dan ooit, tot ik ineens voor het statige, o zo fijne Pier Hotel sta. Mijn eindbestemming van deze reis. Ik check in, zet mijn fiets weg en laat me op bed vallen. De lange dag gonst nog na in mijn hoofd, de moeheid zakt als een warme deken over me heen.
Morgen de overtocht, terug naar Nederland. Maar nu eerst: de heerlijke leegte, met alleen de herinnering aan een week dwalen door het onverwacht stille en afwisselende oosten van Engeland.
Bekijk deze fietsvakantie