In drie dagen wandelen we de mooiste etappes van de West Highland Way, het beroemde langeafstandspad dat van Glasgow naar Fort William loopt. Laten we eerlijk zijn: als je naar Schotland gaat, kun je regen verwachten. En we ontkomen er inderdaad niet aan. Maar het regent zeker niet de hele tijd. Het ruige hoogland wordt tijdens onze trip ook regelmatig verlicht door de zon. Vier seizoenen in één dag, zeggen ze wel eens. Dat kunnen we beamen.
Wil je deze reis zelf maken? Bekijk hem hierFAQ: meestgestelde vragen over de West Highland Way
Reisverhaal: It's not just a way, it's the West Highland Way
‘Why would you do that?’ Eigenaar Gogs van onze laatste B&B in Fort William kijkt ons vanuit de deuropening aan, met één opgetrokken wenkbrauw en een glimlach in zijn ogen. Druppels glijden van onze doorweekte regenkleding op zijn stoep. Even later barsten we alle drie in lachen uit. Waarom vriendin Nicolette en ik drie dagen lang over de West Highland Way in Schotland wandelden? Door wat voelde als vier verschillende seizoenen? Nou, dat kan ik hem wel uitleggen!
Van de regen naar de zon en andersom
Ons avontuur begint in Bridge of Orchy. Daar staat het eerste routepaaltje met het logo van de West Highland Way erop. Het ronde icoontje stelt een distel voor, de nationale bloem van Schotland. Een passend symbool voor de tocht die ons te wachten staat. We verwachten regen, wind, modder en ruige natuur, maar vooralsnog schijnt de zon. We dragen meerdere lagen en als we aan de klim over de flank van Mam Carraigh beginnen, krijgen we het al snel warm. Even later kijken we uit over Loch Tulla en de omliggende heuvels.
Na een korte afdaling naar Inveroran volgen we een oude militaire weg door Rannoch Moor, een van de wildste en meest ongerepte natuurgebieden van Schotland. Wolken pakken samen boven dit uitgestrekte, desolate landschap. We lopen over stenen bruggetjes en langs kleine meertjes en zien tussen de besneeuwde toppen een bui aankomen. Regenjas aan, regenkap op de rugzak en door. Er vallen uiteindelijk maar een paar druppels en al snel breekt de zon weer door.
Verbinding in plaats van drukte
Het landschap is verlaten, maar op het pad komen we regelmatig andere wandelaars tegen. Je merkt dat dit de populairste langeafstandswandeling van Schotland is. Als we op een heuvel pauzeren, worden we vriendelijk begroet door voorbijgangers. Het voelt hier niet als druk, maar als verbindend. Een vink landt op een nabijgelegen rots en kijkt ons nieuwsgierig aan.
Het pad stijgt vervolgens heel geleidelijk. Allebei hebben we aardig wat bergwandelervaring, maar toch voelt dit brede wandelpad, dat eindeloos lijkt door te gaan en bedekt is met oude stenen en keien, zwaar aan op onze inmiddels vermoeide voeten. We zijn dan ook blij als we het Kingshouse Hotel in het oog krijgen, dat eenzaam tussen de bergen van Glen Coe ligt. Opgelucht nemen we plaats bij de open haard met een lokaal gebrouwen ale.
Wandelen door filmdecors
Vanuit Kingshouse brengt taxichauffeur Kenny ons naar Clachaig Inn. Wat een spectaculaire plek. Vanuit onze kamer kijken we tegen de massieve flanken van de omliggende bergen aan. Geen wonder dat in deze omgeving scènes voor films zijn opgenomen. De volgende ochtend staat Kenny alweer klaar om ons terug te brengen naar het wandelpad.
‘Didn’t you order haggis?’ vraagt hij. ‘Or black pudding?’ Hij schudt met zijn hoofd als we ontkennend antwoorden. Ik dompel me graag onder in de cultuur van het land dat ik bezoek, maar als vegetariër sla ik deze typisch Schotse gerechten toch liever over. Gelukkig verschijnt er alweer een glimlach op zijn gezicht.
Camera in de aanslag!
We wandelen vandaag ‘slechts’ veertien kilometer, maar onderweg bereiken we wel het hoogste punt van de West Highland Way. Recht voor ons zien we de markante piramidevormige Buachaille Etive Mòr, een van de meest gefotografeerde bergen van Schotland. Ik help enthousiast mee om die titel in ere te houden.
Even later zigzaggen we de beroemde Devil’s Staircase omhoog. Steeds stoppen we om van het uitzicht te genieten. Achter ons ontvouwt Glen Coe zich in al zijn ruige schoonheid. Bovenaan krijgen we zicht op de besneeuwde Ben Nevis, de hoogste berg van het Verenigd Koninkrijk. Daarnaartoe zijn we onderweg.
Turen naar de lucht
Na de klim golft het pad door een ruig hooglandschap met beekjes, veengrond en kleine meren. Uiteindelijk dalen we af naar Kinlochleven, waar we langs de overblijfselen van een oude aluminiumfabriek wandelen. Het dorp oogt wat verlaten, maar op het terras van de pub is het gezellig druk. Wij lopen nog even door naar onze B&B aan de rand van het dorp.
De volgende ochtend kijken we een beetje wantrouwig door het raam naar buiten. Vannacht hoorden we de regen al tegen het dakraam tikken en het weerbericht voorspelt weinig goeds. Grijze wolken hangen laag voor de bergen aan de overkant van de rivier. Met onze volledige regenuitrusting trekken we eropuit.
Eerst klimmen we steil omhoog door een berkenbos. Ondanks het dreigende weer krijgen we het al snel warm en verdwijnen de regenjassen weer in de rugzak. Eenmaal boven opent het landschap zich. Niet veel later valt alsnog de eerste bui.
Not just a way!
Langzaam verandert het decor. De open vallei maakt plaats voor bosbouwgebied en brede grindwegen. In de verte verschijnt Ben Nevis opnieuw aan de horizon, heel even, voordat hij weer achter de wolken verdwijnt. We dalen af naar Fort William.
Bier & pizza
Na alle ruige natuur van de afgelopen dagen voelt het bijna vreemd om weer over asfalt en stoepen te lopen. Op Gordon Square markeert een bronzen beeld van een vermoeide wandelaar de officiële finish van de West Highland Way. We hebben het gehaald.
In de Black Isle Bar bestellen we een welverdiende pizza en een pint bier. Samen met andere wandelaars blikken we terug op ons Schotse avontuur. Buiten tikt de regen tegen de ramen, binnen is het warm. We begrijpen wel waarom zoveel mensen verliefd worden op deze wandelroute. Het is niet zomaar een pad. It’s not just a way, it’s the West Highland Way.
Door: Elly Molenaar
Foto’s: Elly Molenaar