In het spoor van de gnoes Een indrukwekkend schouwspel in beeld

Door Matthijs Meeuwsen

Elk voorjaar trekken anderhalf miljoen gnoes door het Tanzaniaanse Ndutu-gebied. Het zijn de hoofdrolspelers in een 11-daagse fotografiesafari onder leiding van fotograaf en bioloog Martin van Lokven.

Waarom is de gnoe zo’n bijzonder dier?
“Het is niet zozeer de gnoe als individu die mij als fotograaf en bioloog het meeste aanspreekt. Meer het feit dat ze in en rond de Serengeti het fundament vormen van het ecosysteem. Je moet je voorstellen dat er elk jaar zo’n 1,5 tot bijna 2 miljoen gnoes op drift raken, de regen achterna. Alles draait om die migratie. Er komen ook een half miljoen zebra’s op af. Thomsongazelles. Elandantilopen. En daardoor dus ook de nodige roofdieren. Dat totaalplaatje is wat mij zo boeit.”
Hoe is het om dat schouwspel door je lens voorbij te zien trekken?
“Superindrukwekkend. Iedereen kent de beelden van televisie, maar om er zelf ineens middenin te staat is een totaal ander verhaal. Ondanks de grote aantallen is het altijd weer een zoektocht om de gnoes te vinden, hoor. Soms tref je een vrijwel leeg terrein, en ziet het dertig kilometer verderop ineens zwart van de gnoes. Of je vindt er slechts enkelen, maar ziet vanwege de regen binnen een tijdbestek van enkele dagen het hele gebied voldruppelen met gnoes; tot ze werkelijk overal staan zover je kunt kijken. Geloof me, het is een van de meest ultieme natuurbelevingen die je kan hebben. Echt onvoorstelbaar kicken.”

 

Wat maakt die Grote Migratie zo’n dankbaar onderwerp?
“Je kunt alle kanten op. Inzoomen op één individu bijvoorbeeld; de ogen, de lange manen, de gespierde bochelrug, de hoorns. Of op de geboorte van een kalf, ook een schitterende belevenis. Maar wat ik altijd probeer met mijn foto’s is om die typische sfeer van het gebied vast te leggen. De massa. De stofwolken. Het gesnuif. En je kunt ook op zoek naar wat spanning, hè. De interactie met al die leeuwen, luipaarden, cheeta’s en hyena’s die op de gnoetrek afkomen. Dat is magnifiek om voor je lens te hebben.”

 

Dus dat wordt dringen voor het beste shot?
“Nee, daar is aan gedacht. We reizen in verlengde landcruisers met achterin zes raamplaatsen voor vier personen, en ook nog eens een vrije bijrijdersstoel. Meer dan genoeg ruimte dus om elkaar niet in de weg te zitten tijdens het fotograferen. Daarnaast gaan we op aanraden van een Tanzaniaanse kennis bewust niet in februari op reis – als er heel veel toeristen uit de hele wereld naar Tanzania komen – maar in april. Het is dan beduidend rustiger.”

Wat is de Ndutu voor landschap?
“Het gebied is een uitloper van de beroemde Olduvaikloof en steekt als een soort taartpunt de Serengeti in. Het ligt gesitueerd rond een meer, Lake Ndutu, met ook twee moerasgebiedjes erbij. Rond het meer zie je veel acaciavegetatie, en daaromheen een schier eindeloze vlakte met gras. Dat totaalplaatje maakt het een heel aantrekkelijk gebied. Zeker voor de gnoes, die er een genoeg gras hebben en door het vlakke terrein hun natuurlijke vijanden van grote afstand kunnen zien aankomen. Kijk, iedereen wil altijd de iconische oversteek van de rivier zien, waar de krokodillen op de loer liggen. Maar het zuidelijke deel waar wij heen gaan vind ik veel specialer. Er is meer te zien. Er zijn grote aantallen. En over langere tijd. Bovendien is het in Ndutu nog toegestaan om van de paden af te gaan, terwijl dat in de Serengeti verboden is. Als je een leeuwin met jongen ziet kun je daar dus naar toe; uiteraard op gepaste afstand en met alle respect voor het dier. Dat maakt het fotografisch heel interessant.”

 

En daarna ook nog naar de bekende Ngorogorokrater?
“Juist. Het is een vrij open gebied. Minder acacia’s. En ontsloten door die kraterrand, als een soort oase bijna. Ook daar kun je dus eindeloos fotograferen. De laatste keer hadden we op een gegeven moment 32 hyena’s om ons heen.”

 

Wat is op zo’n moment jouw rol?
“Allereerst help ik altijd bij het navigeren. Ik zorg dus dat de auto zo gaat staan dat we de mooiste foto’s kunnen maken; niet alleen rekening houdend met de dieren zelf, maar ook met het licht. Daarnaast help ik iedereen om de juiste instellingen te kiezen op hun camera. Check je sluitertijd. Zorg dat de ISO-waarde goed is. Let op over- of onderbelichting. Juist ook op momenten dat er niks gebeurt, ben ik daar mee bezig. Je moet namelijk altijd voorbereid zijn. Je wilt niet met je diafragma zitten te priegelen als er net een stel leeuwen opdoemt. Vandaar ook dat ik ’s avonds altijd een nabespreking doe van de foto’s. Dan kan je de volgende dag nog beter voorbereid weer op pad.”