Jaap Miltenburg
Zijn vriendin leerde hij kennen toen hij een langlauftrekking leidde.
Misschien geen toeval, want juist in de sneeuw verdwijnen intermenselijke
barrières a ls sneeuw voor de zon volgens reisleider en productmanager Jaap
Miltenburg. Toch ziet hij zichzelf primair als een buitenstaander.
Perfectionistisch, dat wel. Jaap wil als reisleider een meerwaarde
hebben.’Op reis met Jaap Miltenburg‘Jaap is een
uitstekende reisleider’, fluistert zijn collega mij toe als ik in het SNP gebouw
wacht op de productmanager, reisontwikkelaar en reisleider. Het lijkt er op dat
hij Jaap een kwaliteit wil toedichten die de reisleider zelf
hoogstwaarschijnlijk niet van de daken schreeuwt. De terloopse collegiale
opmerking doet een bescheiden gesprekspartner vermoeden. Morgen heeft hij
vakantie. Jaap Miltenburg rondt zijn laatste werkzaamheden af om het werkende
leven vier weken achter zich te laten. Een ogenschijnlijk normale gebeurtenis,
maar niet voor Jaap, die tot een jaar of tien geleden het woord vakantie nog
moest leren spellen. Sinds begin jaren tachtig, toen hij fysische geografie
studeerde, is voor Jaap het begrip vrije tijd onlosmakelijk verbonden met
gidsen; struinend door berggebieden, met in zijn kielzog een groep reizigers.
Een studiegenoot startte een thematisch reisbureau met fysische geografie als
aandachtsveld. Jaap was meteen verkocht. In de ongerepte berglandschappen waar
hij graag vertoefde zag hij zijn stoffige studieboeken tot leven komen. Maar
bovenal kon hij zijn reisgroep deelgenoot maken van de geschiedenis van de
rotsen en ijsvelden die hen omringden. Zijn plezier in het overbrengen van
kennis maakte dat hij het leiden van reizen prefereerde boven particuliere
vakanties. Sterker nog, toen hij na zijn studie voor een adviesbureau aan een
Geografisch Informatiesysteem (GIS) werkte, maakte hij structureel overuren
teneinde zeventig opgespaarde vakantiedagen om te zetten in evenveel
reisleidersdagen. Jaap maakt zichzelf graag
nuttig.
MeerwaardeHet in 1989 vijf jaar opererende SNP wist
met een gevarieerd reisaanbod een bredere doelgroep aan zich te binden dan het
zieltogende fysisch geografische reisbureau. Met de overstap naar de Nijmeegse
natuurreizen- organisatie opende zich voor Jaap een grotere wereld, letterlijk.
‘Het SNP reisaanbod was avontuurlijker en zwaarder dan ik voorheen gewend was.
Precies wat ik wilde. Niet alleen het fysiek van de deelnemer werd serieus op de
proef gesteld, maar ook dat van mij.’ Kennisoverdracht bleef essentieel, maar
meer dan voorheen stelden de bergtochten Jaap’s alpiene vaardigheden op de
proef. Overigens, geheel tot genoegen van de alpinist. ‘Als hoogalpiene
trektochtleider gidste ik mijn klanten door landschappen die ze zelfstandig
nooit zouden betreden. Mijn meerwaarde als reisleider was evident. Dankbaarheid
kreeg ik daar voor terug. En ja, daar doe ik het voor.’ Jaap’s ingetogen manier
van spreken verraadt in eerste instantie niet zijn onderliggende ambitie: hij
wil er als reisleider toe doen. Niet als gangmaker, maar als professional die
optimale voorwaarden schept om zijn groep te laten genieten. ‘Ik ben ietwat
perfectionistisch, neem mijn taak serieus. Van de andere kant ben ik sociaal
eerder een buitenstaander dan een deelnemer, ik hoor er niet echt bij.’
Nuancerend: ‘Natuurlijk, met sommige mensen heb ik een klik, en daar geniet ik
van.’ Slechts één keer schoot hij uit zijn rol. De klik met een vrouwelijke
deelnemer was van dien aard dat ze van deelnemer tot partner werd. Sindsdien
kreeg Jaap’s leven een nieuwe component: een privé-leven. En ja, vakantie hoort
daarbij.
Speels met sneeuwMisschien is het geen toeval dat
Jaap zijn partner tijdens een winterreis heeft leren kennen. In 1993 trad hij in
vaste dienst bij SNP, sindsdien richtte hij zijn pijlen in toenemende mate op
het winterseizoen. Jaap praat enthousiast als het over sneeuw gaat. ‘Sneeuw
maakt mensen speels; groepsleden donderen om, gooien met sneeuwballen, maken
lol. De sfeer is al snel ontspannen.’ Sneeuw stelt bovendien specifieke eisen
aan zijn rol als reisleider. ‘Onvoorspelbare winterse omstandigheden doen een
beroep op je improvisatievermogen; een hevige sneeuwstorm kan een groep gevangen
houden in de hut en eenmaal op pad stelt een weersomslag serieuze eisen aan je
oriëntatievermogen. Bovendien speelt de factor techniek een belangrijke rol in
de sneeuw, lesgeven is essentieel.’ Jaap appelleert wederom aan de meerwaarde
van de reisleider, die in de winter groot is. Opmerkelijk genoeg noemt Jaap nog
een voordeel: ‘In de winter zit ik als reisleider meer in het groepsgebeuren.
Het speelse karakter is daar debet aan.’ Ongecompliceerde sneeuwpret kan
kennelijk ingesleten patronen doorbreken, zelfs bij de
reisleider.
Gedegen opleidingJaap’s enthousiasme ten spijt,
ging zijn weg naar het winterreisleiderschap niet over rozen. De gedegen interne
SNP opleiding voor winterreisleiders confronteerde hem als beginneling met zijn
hiaten in kennis en ervaring. ‘Ik beheerste de techniek van het langlaufen, maar
lesgeven bleek toch een andere tak van sport. Niet alleen in pedagogisch
opzicht, maar ook waar het gaat om veiligheid; inschatten van lawinegevaar is
een kunst op zich en kennis van onderkoeling is essentieel. ‘Een harde
leerschool was het onderricht in telemarken, een onderdeel dat ik niet
beheerste. Mijn 2,3 meter lange trektochtski’s bleken totaal ongeschikt voor het
wilde terrein. Het werd een drama. Bont en blauw van het vallen. Het kneusje van
de groep was ik, voor een perfectionist een vreselijke ervaring. ‘Maar, leerzaam
was het wel. Jazeker, vaak en hard vallen is een noodzakelijke leerfase.
Gaandeweg leer je anticiperen op problemen en gevaren. Bovendien, juist door
mijn aanvankelijke gekluns breng ik nu sympathie op voor de kneuzen; ik kan me
in hen verplaatsen.’
SneeuwwandelenMet gemengde gevoelens ziet
Jaap evenwel een verschuiving optreden van zware toerskitochten en
langlauftrekkings naar het laagdrempelige sneeuwschoenwandelen. Als fervente
skiër en liefhebber van “het zware werk” legt Jaap zich noodgedwongen steeds
meer toe op het leiden van wandelingen. ‘Op sneeuwschoenen ben ik meer een
begeleider en minder een leraar. Dat vind ik jammer.’ Relativerend: ‘Ach, van de
andere kant is sneeuwwandelen een ontspannen bezigheid waarbij je rustig van het
landschap geniet. Bovendien, je valt niet voortdurend op je neus.’ De
aanvankelijk rustig pratende Jaap tikt enigszins ongeduldig met zijn vingers op
tafel, non-verbaal het einde van het gesprek inluidend. ‘Zo. Meer dan genoeg
geouwehoerd over mezelf.’ Zijn vriendin wacht op hem, de bergen lonken.