Bram von Blomberg
Een rusteloze reiziger. Op zijn achttiende vertrok Bram naar de jungle van Costa Rica. Daar ervoer hij de rust die hij in ons volle kikkerlandje ontbeerde. Een ervaring die hem niet meer los zou laten. Dit was zijn ding. Begeesterd brengt hij thans reisgroepen in contact met de rijkdom van de Maya’s. ‘De inheemse bevolking is gelukkig met weinig bezittingen. Daar kunnen wij veel
van leren.’Een nomade. Zo typeert Bram von
Blomberg zichzelf. Nee, het is
geen sinecure om een ontmoeting met
de immer beweeglijke reisleider te
arrangeren. Net terug uit Oostenrijk
bivakkeert de wereldburger vandaag
een dagje in Nederland. Om morgen
zijn Spaanse vriendin, een pottenbakker,
weer te kunnen omhelzen in hun
centraal gelegen Spaanse woonplaats
in de bergen. Woonplaats is een
relatief begrip in deze, want Bram had
het afgelopen jaar niet meer dan
honderd dagen de tijd om vuurtjes te
stoken en groenten te kweken in zijn
grote bergtuin. Het grootste deel van
het jaar maakt hij reisgroepen
enthousiast voor de rimboe van
voornamelijk Peru, Guatemala en de
Canarische eilanden, zijn geliefde
Spaanstalige bestemmingen.
Zijn oorspronkelijke ambitie om zich te
ontwikkelen tot professioneel handballer
heeft hij ingeruild voor het ambt
van fulltime reisleider. Ogenschijnlijk
twee onverenigbare activiteiten. Maar
niet voor Bram: ‘Als ik net een
voedselvergiftiging heb opgelopen in
Marokko verwacht de volgende
reisgroep gewoon een reisleider in
topconditie. Reizen leiden als beroep
is topsport.’
GemoedsrustRust staat niet vermeld onder de “R”
in Bram’s woordenboek. Wel rusteloosheid,
ruimte, reizen, regenwoud en
wellicht ook rebels. Al op zijn vijftiende
fi etste de jonge avonturier alleen naar
de Middellandse zee om op zijn
achttiende naar de jungle van Costa
Rica te verkassen om een jaar als
vrijwilliger in een natuurpark te
fungeren.
Zeker, Bram heeft het wel geprobeerd,
stilzitten in een schoolbank. Het mocht
niet baten. De dwingende structuur
van het schoolsysteem motiveerde de
jonge vrijbuiter niet tot vergaande
co öperatie. ‘Mijn rusteloze aard botste
met het opgelegde leerstramien op het
Christelijk Gymnasium. Met enige
regelmaat bleef mijn schoolbankje
onbezet. Ik kon niet aarden. Een
overstap naar een vrije school bracht
uitkomst. Maar ook toen oversteeg
mijn behoefte aan vrijheid en beleving
mijn ambitie voor het verzamelen van
feitenkennis. Zuid-Amerika trok me om
ondefi nieerbare redenen. Na
afronding van mijn opleiding vertrok
ik.’ ‘Met mijn tentje in de zinderende
jungle. Verrassend, in de vrije natuur vond ik de gemoedsrust die ik in het
volle Nederland ontbeerde. Mijn
gevoel sprak boekdelen. Noem het een
spirituele ervaring; niet in zweverige
zin, maar wel om vanuit een intrinsieke
motivatie bewust bezig te zijn met de
natuur die mij omringde. Ik wist: dít is
mijn ding.’
Primitieve stammenReizen maakt niet rijk, financieel. Ook
dat werd Bram duidelijk. De rusteloze
reiziger zocht een gezonde fi nanciële
basis. Een studie tropische bosbouw
in Velp bood het vooruitzicht op een
professionele loopbaan, echter zonder
afstand te hoeven doen van de lokroep
van de jungle. Een woonplek midden
op de Veluwe compenseerde
enigszins zijn gemis aan de nagenoeg
onbegrensde ruimte van het oerwoud.
Toch bleef de jungle lonken. Een
stageproject voerde hem weer terug
naar Latijns-Amerika om zich onder
meer op de composthopen van de
Shuarindianen te werpen en zich met
verstrekkingen van microkredieten
bezig te houden. De avonturier kon
eindelijk weer ademhalen. ‘Mijn
opleiding ten spijt ben ik geen
determinist. Kennis over tropische
bossen, allemaal leuk en aardig, maar
ik wil het bos beleven. Er midden in
zitten. Het verschil tussen droge
theorie en de inspirerende praktijk
ervoer ik opnieuw tussen de oorspronkelijke
indiaanse bevolking.’
Ontroerende verhalenReizen leiden als professie was voor
Bram een welhaast vanzelfsprekende
vervolgstap. Nee, geen luxe “hotelreisjes”.
Wel zware bergtrektochten
en wat lichtere tochten door het land
van de Maya’s, waar hij begeesterd
over vertelt. ‘De cultuur van de Maya’s
grijpt me. Een volk geteisterd door vele
vijandige invloeden, maar met behoud
van hun waardigheid. Het respect dat
deze mensen voor mij en andere
bezoekers tonen maakt diepe indruk.
Daar kunnen wij westerlingen veel van
leren. Ik voel me verwant aan deze
inlanders.’
‘Ik ken de Mayabevolking en ik spreek
hun taal. Als reisleider dreun ik geen
zouteloos praatje op over de culturele
rijkdom van de Maya’s. Cultuur is een
abstract begrip. Het gaat mij veeleer
om het verhaal van het individu. En die
persoonlijke geschiedenis wil ik overdragen op de groep, die ik direct
in contact breng met de locale
bevolking. En daarbij horen soms
mooie, maar vaak ook emotionerende
verhalen. Klanten zijn niet zelden
ontroerd.’
‘Mijn drijfveer is ervoor te zorgen dat
de klant niet alleen zijn dagelijkse
zorgen, maar ook zijn mogelijk
vastgeroeste normen en waarden
even opzij zet en helemaal aanwezig is
in het moment. Ik ensceneer niets,
maar probeer juist te laten zijn wat is.
Daarin ben ik sturend. Als ik wederzijds
begrip kan kweken tussen de
reisgroep en inheemse bevolking ben
ik opgetogen. Ja, als reisleider ben ik
in mijn
salsa.’
Einzelgänger
Bram lijkt een uitgesproken groepsmens.
Maar niets is minder waar. ‘Ik
karakteriseer mezelf meer als een
einzelgänger. Jazeker, ik heb vrienden
nodig. Maar ik hoor niet tot een
bepaalde groep. Eenzaamheid en spiritualiteit
heb ik evenzeer nodig als
contact, Peru net zo goed als
Nederland, bergen net zo goed als
dalen.’
‘Veelzijdige dynamiek is mijn kracht.
De keerzijde is dat ik nergens thuis
ben, dat is de ellende. Altijd zoeken
naar balans. Kijk, ik heb een Spaanse
vriendin en woon zodoende in haar
geboorteland, maar ik ben geen
Spanjaard. Omgekeerd ben ik de
afgelopen negen jaren steeds meer
vervreemd van Nederland. Tegelijkertijd
mis ik mijn vrienden en familie. En
de voor Holland karakteristieke
openheid, het begrip en de mogelijkheid
tot ontplooiing. Die verworvenheden
zie je beter als je in andere
werelddelen hebt gewoond. Je hoort
mij niet klagen over Nederland.’
‘Een ding kunnen Nederlanders leren
van de Maya’s: gelukkig zijn met wat
het leven te bieden heeft, hoe moeilijk
dat ook kan zijn. Want geluk is het
enige dat telt in het leven. Veel
Nederlanders worden echter geleefd,
meer dan zelf te leven. Als ik stedelingen
met hun strakke, gestresste
gezichten in de tram zie zitten, denk ik
aan de Maya’s. Als wij het innerlijke
geluk van de Maya’s verenigen met
ons hoge welvaartspeil, hebben we
alles.’